Harrie Brouwers

Harrie Brouwers
Bezinningsdagen

HARRIE BROUWERS organiseert, samen met JOS SMEETS, Marcel Mollink, Mirjam Beuten
en Fabiënne Bosch, bezinningsavonden en – dagen rond een bepaald thema (zie: Agenda). 

Ik ben geboren in Nieuwenhagerheid in 1943 en werkzaam geweest als godsdienstleraar te Rolduc, op het Bernardinus en de Pabo.
Tegelijk werkte ik in het parochiepastoraat in de Pancratius, in Kunrade, de Andreas en de Laurentius. Ik werkte als bestuurder, redacteur en auteur bij de liturgieuitgeverij ‘Midden onder U’ en publiceerde preekboeken bij Dabar Luyten en Berne Heeswijk. In mijn opinie is religie een waarde die het beste gedragen wordt in de vorm van verhalen. Jezus van Nazareth vertelde zijn kijk op leven en dood, goed en kwaad, in de vorm van verhalen ( ‘en anders dan in verhalen sprak hij niet’, aldus Mattheus). Verhalen vertellen deed ik al mijn kinderjaren. Mijn vader, die net als mijn moeder, in het basisonderwijs werkte had een grote poppenkast voor me gemaakt. Ook in mijn preken vertel ik graag. Verhalen laten een toehoorder vrij. Ze laten iets zien waarop hij zelf een antwoord kan geven als hij dat wil.
Ik zal deze pagina gebruiken om recente preken te publiceren.

11 oktober ANDREAS


INLEIDING
Er was eens een dame die een boekhandel binnenging. Aan de verkoopster zegt ze: “Ik zoek een mooi boek. Het is een cadeautje voor een zieke…” De verkoopster dwaalt met vluchtige blik over alle schappen en vraagt dan: “Moet het iets godsdienstigs zijn?” Waarop de dame haastig antwoordt: “Nee, dat hoeft niet, de zieke maakt het al weer een stuk beter!”…. Voor veel mensen is godsdienst toch vooral iets dat begint bij het sterven. Het Rijk van God, dat verstaan ze als een geluk dat begint na de dood en het oordeel van God wordt meestal gezien als een eind-evaluatie van het leven. Laten we vandaag, bij het lezen van de schrift de betekenis van “koninkrijk van God” wat dichter bij ons leven leggen!

Jezus gebruikte dikwijls een parabel om een dispuut te beeindigen. Ik stel me zo voor dat hij met een groep leerlingen al wandelend discussieerde. Geregeld komt iemand naar hem toe om hem een vraag voor te leggen. Jezus was immers ook een beroemde wetgleerde met een eigen kijk op de thora. Een andere keer ontmoette hij een klasje van een collega-rabbi en gebeurde het wel dat de beide leraren discussieerden over actuele vragen. Mag je Romeins geld aannemen? Mag je er belansting mee betealen? Enzovoorts. De leerlingen stonden er ongetwijfeld met rode oren naar te luisteren. 

Jezus wist dat discussies met schriftgeleerden moeilijk te winnen waren. De juristen waren thuis in hun onderwerp en overtuigd van eigen gelijk. Op elke tegenwerping hadden ze wel een snedig antwoord klaar. Daarom onderbrak Jezus graag de woordenstroom om een verhaal te vertellen, een verhaal dat op het eerste gehoor niets met de discussie te maken had. ‘Wat vinden jullie hiervan?’ ‘Een vader had twee zoons…’ 
Zijn luisteraars gaan mee in het verhaal en Jezus eindigt met een vraag: Wie van de twee heeft de wil van zijn vader gedaan? Dan realiseren ze zich ineens dat hun antwoord ook betekenis heeft over de discussie die eraan vooraf was gegaan. 
Het verhaal van Jezus had hun even uit de vastgeroeste positie gelokt. Is Gods koninkrijk er ook voor de tollenaars en de samaritanen? Jezuus onderbreekt het eeuwenoude dispuut met een actuele ervaring. ‘Een koning gaf een feestmaal; hoge gasten waren uitgenodigd, maar zij kwamen niet opdagen…’

Voor hedendaagse gelovigen zijn niet alle parabels makkelijk te verstaan. Is het niet gemeen om zwervers van de straat aan het banket uit te nodigen en ze vervolgens te verijten dat ze geen zondagse kleren aan hebben?
Dit is het probleem. De parabels zijn prachtige verhalen; ze zijn makkelijk te onthouden. Maar de contekst, het twistgesprek waarin ze zijn ontstaan, is meestal niet bewaard in het evangelie. 
De verhalen worden vaak zonder duidelijke aanleiding verteld en vaak zijn ze associatief aan elkaars gekoppeld. 
Het dan goed om je even te verdiepen in de vraag: door welke actualiteit liet Jezus zich leiden toen hij begon te vertellen. 

Als Jezus de nabijheid verkondigt van Gods Rijk, als hij zegt dat de goddelijke werkelijkheid tot de mogelijkheden van hier en nu behoort, dan vindt hij meer gehoor bij allerlei randfiguren van kerk en samenleving dan bij de trouwe kerkgangers. De farizeeërs verwijten Jezus dan ook dat hij teveel het gezelschap zoekt van zondaars en zwervers. Jezus weert zich met een verhaal. 
…Of zij zich niet kunnen voorstellen dat een koning het tuig van de straat hartelijk onthaalt wanneer alle genodigden het hebben laten afweten! Het verhaal onderbouwt Jezus geloof dat het koninkrijk van God ook voor de verlorenen van het huis van Israel is.
Het staartje van het verhaal lijkt deze bedoeling geweld aan te doen. Ineens worden de hartelijk binnengehaalde gasten op hun feestkleding beoordeeld. 

Het kan niet anders zijn, dan dat dit een apart verhaal is geweest. Jezus heeft in een andere contekst vertelt over een koning die gasten ontvangt maar wel kleding-eisen stelt. 
Mattheus neemt het in zijn evangelie op, omdat hij de problematiek, de discussie over wie erbij horen en wie niet, op een nieuwe manier herkent. Het christendom is inmiddels wereldwijd geworden; gelovigen wonen in alle landen van de wereld, maar er zijn mensen die denken dat het simpele feit dat ze gedoopt zijn, ook inhoudt dat ze in Gods ogen aan de goede kant staan. Ze realistreren zich niet dat de aanname van het geloof ook morele eisen stelt. God kijkt niet alleen ernaar of we gedoopt zijn, maar ook of we goede wegen gaan.
De scheidslijn tussen goede en slechte mensen loopt niet meer precies tussen de orthodoxen en onreinen. Maar, een scheidslijn is er wel. Daarover had Jezus toch ook eens iets verteld! En dat ging toch ook over een koning en een feestmaal!
Eén gast was niet volgens de voorschriften gekleed en dus wordt hij eruit gegooid.

Ik denk dat de meesten van ons hun gasten niet op kleding selecteren. Maar het gaat erom dat deze conventie bestond en dat Jezus daarmee duidelijk maakt dat God wel iedereen roept, maar dat Hij ook van iedereen iets verwacht!
Hoe het bruiloftskleed er uit ziet wordt niet beschreven. De schriftgeleerden wisten dat heel precies en Jezus veroordeelde dat. De kerk heeft mensen tot in alle details willen voorschrijven hoe zij waardig moesten leven. Een veel, heel daarvan is later begrepen als tijdgebonden frustratie. Laten we dus voorzichtig zijn! 
In ieder geval bedoelt Jezus, dat het goed is in Gods ogen om op zoek te gaan naar mensen die niet in tel zijn. 
In ieder geval is het goed om gastvrij te zijn. Om de mensen langs de uitvalswegen te onthalen. Goed is het om de liefde onze motor te laten zijn. Kwamen mij handelen en denken voort uit liefde? Zoja, dan was ik in de buurt van Gods Koninkrijk.